Abt Emo

Emo werd geboren omstreeks 1175, waarschijnlijk in Fivelingo.
Vanaf de leeftijd van 7 á 8 jaar ging hij naar school.
Toen hij omstreeks 15 was  gaf hij zelf les aan een benediktijner kloosterschool.
Een paar jaar later ging hij samen met zijn broer Addo studeren in Parijs, Orléans en Oxford.
De volgorde is niet bekend. Wel is beknd dat hij 20 was toen hij de Noordzee overstak om in Oxford eerst Letteren en daarna Rechten te studeren.

Na terugkeer uit Oxford werkte hij enige tijd schoolmeester in Westeremden. Toen werd hij unaniem gekozen als pastoor van Huizinge. Na 5 jaar werd hij tot priester gewijd en begon hij als pastoor te werken. Mogelijk heeft hij in die 5 jaar in Parijs en Orléans gestudeerd.

Buste Abt Emo,
 gemaakt door Ynskje Penning
Abt Menko schreef later over hem: "Hij had een innemend voorkomen, een slanke en tamelijk lange gestalte, een opgeruimde blik, een vriendelijk gezocht en blozende wangen."

In 1208 deed hij zijn intrede in het door zijn neef Emo van Romerswerf op eigen grond gestichte klooster. Daar waren toen slechts enkele kloosterlingen. Emo nam vrijwel direct de leiding van zijn neef over.

In 1209 reisde hij samen met Emo van Romerswerf via groningen naar Münster. Hij kreeg toestemming van de bisschop en ontving samen met zijn neef het witte kloosterkleed van de Norbertijner kanunniken van de abt van Varlar. Het klooster, dat Nijeklooster genoemd werd trad toe tot de premonstratenzer orde, ook wel de orde van de norbertijnen genoemd. Korte tijd later werd Emo proost van dit klooster. 1209 was het eerste jaar van hun intrede, het gebin van de jaartelling in de kroniek.

In 1211 werd de kerk van Wierum aan het klooster aangeboden, zodat zij een klooster op de wierde van Wierum zouden kunnen vestigen. Dit aanbod wordt echter betwist door een van de kerkpatroons, Ernestus. Die werd door de bisschop in het gelijk gesteld. Emo reisde in 1212 toen met Hendrik te voet naar Prëmontré en Rome en werd door de paus in het gelijk gesteld.

De route van de voetreis was:
Heenreis: Wierum, Coevorden, Dusiburg, Mastricht, Tongeren, Heylissem, Villers, Bonne-Epérance, Hautmont, Clairfontaine, Foigny, Thenailles, Laon, Prémontré, Soissons, Château-Thierry, Sézanne, Méry sur Seine, Troyes sur Seine, Bar sur Seine, Lyon, Mauriënnedal, Mont Cenin, Susa, Turijn, Pavia, Piacenza, Pontremoli, Lucca, San Quirico, Radicofani, Viterbo, Sutri, San Piètro, Rome.
Terugreis: Pavia, Bologna (vanwaaruit Hendrik alleen terug naar Rome ging om een kopie van de brief die verloren was op te halen), Milaan, Como, over Alpen, Bazel, Straatsburg, per schip naar Keulen, verder te voet naar Wierum. 

In 1213 kwam het klooster, dat een dubbelklooster was, definitief in het bezit van de kerk van Wierum. De mannelijke kloosterlingen vestigden zich daar in het klooster dat Bloemhof genoemd werd. De vriouwelijke kloosterlingen, nonnen, bleven in het klooster te Romerswerf, dat Rozenkamp genoemd werd.

Emo reisde in 2014, nu met broeder Thitard, opnieuw naar Prémontré om de daar aanwezige boeken die het kloosterleven beschrijven te kopieëren, zodat deze in Bloemhof gebruikt konden worden. Hij wilde namelijk dat er volgens de regels en gebruiken van Prëmontré geleefd zou worden.

In 1223 ontstond een twist tussen Emo en de proost van het klooster in Schildwolde, Hederik. Hederik leidde een weinig voorbeeldig leven, maar ondanks dat was hij een gunsteling van de bisschop met veel macht. Juist door zijn gedrag had hij veel aanhang onder geestelijken en leken. Toen Emo hem op zijn gedrag aansprak pikte hij dat niet en verkondigde de excommunicatie van Emo en het klooster, wat voor grote problemen zorgde. Emo ging in beroep tot in Rome toe en werd in ere hersteld. Nu werd de bisschop van Münster zelf geëxcommuniceerd en dat duurde tot er verzoening plaats vond..

Op 23 mei 1225 kreeg Emo te Wittewierum door handoplegging van de bisschop van Münster de titel en het ambt van abt.

Emo hield een kroniek bij van de gebeurtenissen in het klooster en de wereld daaromheen. In die kroniek worden niet alleen gebeurtenissen beschreven, maar hij bevat ook bespiegelingen van geestelijke aard. Vermoedelijk zijn deze door Emo geschreven opstellen door een latere redacteur tussengevoegd.

In 1237 werd Emo ziek tijdens een bezoek aan Rozenkamp. Op 13 december overleed hij daar. Zijn licham werd per schip naar Wierum gebracht. Daar werd het begraven in de kapittelzaal van de abdij Bloemhof.

Emo werd in 1238 opgevolgd door Paulus die subprior van het klooster was. In augustus werd hij door Ludolf, bisschop van Münster, door handoplegging als abt ingezegend.
 (Jansen en Janse, 1991)
.